Hollandse kriel

  • Hollandse kriel

    De oudst bekende beschrijvingen van dit ras  gaan terug tot omstreeks 1850 waar sprake is van boerenkrieltjes.
    Het zijn levendige en tamme,originele krielen (waar dus geen grote vorm van bestaat).
    De meest gehouden variant zijn de patrijs. Het haantje heeft een rode,enkele kam met  vijf kampunten. De ogen zijn oranjerood of roodbruin.
    De kleine, ovale oorlellen zijn wit. De beenkleur is blauw. De ruglijn is wat hol, min of meer een U vorm.
    De ei-productie ligt tussen de 150 en 170 per jaar. Door hun geringe gewicht – tussen 400-550 gram - gebruiken ze weinig voer. Er zijn meer dan  20 kleurvariëteiten bekend.
    Dit is een heel goed ras voor de beginnende liefhebber.

Hollandse kriel