a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z #

Konijnen

Vlaamse reus

Vlaamse reus

Vlaamse reus

De Vlaamse reus is een Belgisch konijnenras dat al raszuiver was in de 19e eeuw. Zijn oorsprong ligt waarschijnlijk in het Oost-Vlaamse Gent. Het dier dankt zijn naam aan zijn grootte en zwaarte.
Tussen 1825 en 1880 zorgden Gentse konijnenkwekers voor de ontwikkeling van een zeer groot konijnenras. Oorspronkelijk werd dit dan ook Gentse reus genoemd. Wekelijks werden er wedstrijden gehouden voor de zwaarste konijnen. Hiermee werd gericht verder gekweekt, wat leidde tot het ontstaan van een zeer zwaar ras. Eind 19e eeuw werd het ras geëxporteerd naar Duitsland, waar er verder mee geselecteerd werd. In 1937 kreeg de Duitse reus dan zijn naam. De huidige Vlaamse reuzen zouden op hun beurt terug beïnvloed zijn door de Duitse reuzen.
Het ras werd opgenomen in de eerste Duitse standaard in 1893. De eerste Nederlandstalige standaard dateert pas van 1995. In Nederland is het ras erkend sinds 20 oktober 1907.
Eenmaal volwassen, weegt het dier van 6 tot 7,5 kg, maar er zijn zelfs exemplaren gewogen van 10 kilogram (ter vergelijking: een wild konijn weegt 1,2 tot 2,5 kg). De oren zijn minimaal 17 cm en maximaal 21 cm lang. De lichaamslengte van een goedgebouwde Vlaamse reus bedraagt minstens 75 cm.

bIMG 4705 

Lotharinger

Lotharinger Konijn



Van oorsprong komt hij uit Frankrijk bij Lotharingen, ontstaan uit Vlaamse reuzen, forse Franse hangoren en gevlekte slachtkonijnen.


Gewicht  5-9 kilo.
De Lotharinger kenmerkt zich door zijn grote rechtopstaande oren van 16 centimeter lang, daarnaast is het een groot en stevig konijn met een relatief rechte rug. De Lotharinger heeft een (vaak witte) effen vacht, met een anders gekleurde snuit, oren en kringen om de ogen. De donkere vlek in de vorm van een vlinder op de snuit. Op het lichaam een aalstreep, vanaf de oren tot aan de staart, en op elke zijde verschillende stippen die rond horen te zijn. Een rustig konijn. Als huisdier is de kleinere variant van dit ras meer in trek, omdat die niet zo zwaar zijn, en dus makkelijker op te tillen.