a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z #

Dieren beginnend met H

Hollandse kriel

Hollandse kriel

Hollandse kriel

De oudst bekende beschrijvingen van dit ras  gaan terug tot omstreeks 1850 waar sprake is van boerenkrieltjes.
Het zijn levendige en tamme,originele krielen (waar dus geen grote vorm van bestaat).
De meest gehouden variant zijn de patrijs. Het haantje heeft een rode,enkele kam met  vijf kampunten. De ogen zijn oranjerood of roodbruin.
De kleine, ovale oorlellen zijn wit. De beenkleur is blauw. De ruglijn is wat hol, min of meer een U vorm.
De ei-productie ligt tussen de 150 en 170 per jaar. Door hun geringe gewicht – tussen 400-550 gram - gebruiken ze weinig voer. Er zijn meer dan  20 kleurvariëteiten bekend.
Dit is een heel goed ras voor de beginnende liefhebber.

Holenduif

Holenduif

De vaste bewoner van de uilenblokken in de grote stal meld zich als eerste nl. de holenduif. De holenduif is iets kleiner dan de houtduif en de witte strepen in de hals ontbreken.

De roep klinkt ongeveer als "'hu ru''. Na 2 nesten van 2 jongen besluiten ze om naar een broedblok dichtbij te verhuizen die aan de dennenboom hangt.

 

Hollandse kwaker

Hollandse kwaker

Hollandse Kwaker

Kwakertje op de Championshow, foto gemaakt door Wilma Taks.
De Hollandse kwaker is het kleinste gedomesticeerde eendenras en produceert een snel repeterend geluid. Het heeft een typisch klein kort lichaam, een compacte bouw en een horizontale stand van de rug. Deze eend heeft een klein rond kopje met bolle wangen. De snavel is kort en breed. De poten staan midden onder het lichaam. Er moet achter voldoende lichaamslengte aanwezig zijn voor de eiproductie. Het dier mag niet te klein worden. Het gewicht varieert tussen de 700 en 900 gram.
Momenteel worden de Hollandse Kwakers vooral voor de sier gehouden door tientallen watervogelliefhebbers.
De Hollandse Kwaker is het kleinste eendenras en werd in de voorbijgaande eeuwen als lokeend ingezet bij de vangst van wilde eenden in eendenkooien. Door het tamme karakter van dit ras en het schrille luide gekwaak, werden de wilde eenden op hun gemak gesteld. Zij volgden de Hollandse kwakertjes naar de vangpijp als de kooiker met wat voer aankwam. De Hollandse kwakertjes werden later ook bij de jacht ingezet om wilde eenden te lokken. Hiervoor werden meestal witte dieren gebruikt, omdat deze het beste voor jagers te onderscheiden waren.